De laagste categorie Duitse wijn is de
tafelwijn. Deze wordt gemaakt in 4 gebieden:
Mosel-Rhein, Neckar, Oberrhein en Main.
Er is geen controle, geen herkomst van
wijngaarden opgelegd, alc. min 8% vol.
Landwijn
De wijn moet afkomstig zijn uit 15
afgebakende wijngebieden
Heeft min. 8,5 % alc vol.
Kwaliteitswijn
Kwaliteitswijn moet minimaal 9 %
alcoholol bevatten. Kwaliteitswijn moet een AP - nummer hebben en uit
één van de 13 bA-gebieden komen.
Bij kwaliteitswijn is chaptalisatie
toegestaan. De druiven moeten minstens 60° Öchsle hebben.
Kabinett
Wijn van zekere kwaliteit uit de eerste
oogst, licht en droog. Most 73° Öchsle
Spätlese
Late oogst, zeven dager later dan
kabinett, iets meer geconcentreerd doch kan perfect droog zijn. Most 85°
Öchsle
Auslese
Uitgelezen oogst, edele volrijpe druiven.
Most 90° Öchsle.
Beerenauslese
Speciaal geselecteerde overrijpe druiven,
die reeds een liquoreuze wijn geeft. De druiven worden één voor één
getrokken van de trossen. Most 120° Öchsle
Trockenbeerenauslese
Alleen ineengeschrompelde druiven,
aangetast door pourriture noble ofte “edelfaule” worden hiervoor
gebruikt. Most 150° Öchsle.
Eiswein
Wijn uit druiven die minstens 1 uur aan
-7° bevroren werden aan de stokken.
Weißwein
witte wijn van uitsluitend witte druiven
Rotwein:
rode wijn uit rode wijndruiven
Roséwein
roséwijn verkregen door een licht persing
van blauwe druiven. Er is ook Weissherbst: roséwijn van één
druivenras.
Rotling
uit witte en blauwe druiven
Perlwein:
witte of rode parende wijn: Sekt, Selte bA
(de betere Sekt), Perlwein volgens de methode traditionel of de methode
cuve close, Perlwein volgens de methode gazefié.